Hoe verweeft u de jongere generaties Einstein, X en Y in uw organisatie?
Iedere organisatie heeft zijn eigen kenmerken en cultuur welke geleidelijk aan zijn gevormd met en door de mensen van die organisatie.
Door met elkaar te inventariseren wat die specifieke kenmerken zijn kan zicht ontstaan op datgene wat gewenst is en wat eventueel nog ontbreekt.
Iedere generatie heeft zo ook zijn eigen kenmerken. Bijvoorbeeld de generatie Einstein (1985-2000) heeft als kenmerken authentiek te zijn, je bent wie je bent, wilt zich interactief ontwikkelen terwijl ze werken, communiceren snel en doelgericht wereldwijd, bij conflicten gaat het hen om leven en laten leven waarbij er soms geen oplossing hoeft te zijn en bij veranderen staat voldoening voorop en zal het veranderen een continue en voortdurend karakter hebben.
Door het bevorderen van authentiek gedrag in de organisatie wordt niet alleen de cultuur-vernieuwende invloed van deze generatie gestimuleerd doch ook hun eigen professionele ontwikkeling wordt gesteund en en hun werkplezier neemt toe.
Veel vitale leden van de Babyboom / Protestgeneratie lijken in de seniorrol nog een flink aantal jaren te willen werken. Ze vullen deze rol niet alleen anders in dan de vorige generatie maar lijken ook een verrassende transformatie te ondergaan. Vernieuwingsimpulsen liggen op gebieden als spiritueel leiderschap, superspecialisatie en praktische overdracht van ervaringskennis.
Interessant is om te ontdekken hoe dit transformatieproces verloopt en wordt ondersteund door de organisatie. Een grote mate van zelfstandigheid in hun functie en expliciete waardering voor hun inspanningen door de andere generaties lijkt hierin een belangrijke rol te spelen.
De vraag hoe 'de ervaringsdeskundigheid' van de oudste generatie constructief kan worden gekoppeld aan 'de vernieuwingspotentie' van de jongste generatie is van eminent belang in de transformatie.
Hoe draag je ervaringskennis aan jonge professionals over zodat zij daar vlot op kunnen voortbouwen?
Hoe voorkom je dat kostbare ervaringskennis verloren raakt bij vertrek van senioren uit de organisatie?
Hoe helpen jonge professionals de senior professionals over hun grenzen, waardoor de senior nieuwe toepassingsmogelijkheden zien voor hun rijke expertise?
Het generatieperspectief biedt mogelijkheden om duurzaamheid van ontwikkelingen in organisaties te stimuleren. Door de jongste generatie te betrekken bij lange termijn ontwikkelingen kan expliciet verkend worden in welke mate zij deze in de toekomst gaan ondersteunen.
Het is interessant en belangrijk voor de organisatie om naar de generatie-opbouw, de functies en de levensfasen te kijken.
De fase 2 is de leerling of jonge profesional (15-30 jaar).
Fase 3 is de professional (30-45 jaar), fase 4 de leider (45-60 jaar) en als laatste fase 5 de senior professional (60-75 jaar).
Waar zitten deze personen in de organisatie? Wat doen ze met hun talenten, kenmerken en behoeften? Op welke wijze maakt de organisatie zinvol gebruik van de generatie-diversiteit? Hoe draagt dit bij aan de arbeidskrapte en de verwachte economische groei in de komende tijd?
Laatste reacties